Kyoto in het Pajottenland en Zennevallei
Home Home Waarom dit project?
Waarom duurzame energie? Afdrukken E-mailadres

Duurzame ontwikkeling probeert aan de behoeften van de huidige generaties te voldoen zonder de toekomst van de volgende generaties in het gedrang te brengen. Momenteel zijn we nog heel ver verwijderd van deze ontwikkeling, ook in onze energieconsumptie en -productie. Dit betekent dat we op korte tot middellange termijn ook de gevolgen hiervan zullen ondervinden door:

1 Stijgende energieprijzen

2 Stijgende risico's op klimaatverandering

1 Stijgende energiekosten

De totale jaarlijkse energiekost van de gezinnen in het Pajottenland voor verwarming bedraagt ruim 28 000 000 €.


Totale jaarlijkse kost energie Pajotse gezinnen voor verwarming en elektriciteit

36 % of 10 000 000 € van deze energiekost gaat jaarlijks naar de consumptie van elektriciteit (minimaal 550 € per gezin per jaar).
64 % of 18 000 000 € gaat jaarlijks naar verwarming.

Bekijken we deze energiekosten over verschillende jaren, dan kunnen we een duidelijke evolutie bemerken in de volgende grafiek van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) voor de totale energiefactuur van een Vlaams gezin.


 Evolutie totale jaarlijkse energiefactuur Vlaamse gezinnen (VREG)

Tussen januari 2004 en juli 2008 steeg de gemiddelde energierekening van 1400 € naar 2400 €, een stijging met maar liefst 1000 € op 4 jaar! De huidige economische crisis zorgt ervoor dat deze kost tijdelijk lager ligt door een verminderde vraag naar energie, een stijging met maar 400 € of 28 % ten aanzien van 2004. Toch blijven de oorzaken van deze stijgende energieprijzen structureel: een sterke toename van de prijzen van fossiele brandstoffen door het stijgen van de vraag hiernaar in de zich ontwikkelende landen, onze huidige sterke afhankelijkheid van deze fossiele brandstoffen (82 % van alle energie in Vlaanderen) en de huidige monopolies op de energiemarkt.




Overzicht energiestromen in Vlaanderen (Milieurapport Vlaanderen)

In dit project willen we deze energiekosten in het Pajottenland aanpakken via gerichte acties rond energiebesparing en hernieuwbare energietechnieken. Zie bijvoorbeeld op deze website onder duurzaam (ver)bouwen wat het potentieel is aan energiebesparing voor gezinnen.
Onze ambitieuze doelstelling is om tegen 2020 50 % energiebesparing te realiseren bij de Pajotse gezinnen door een doorgedreven isolatie van de daken, het gebruik van superisolerend glas en warmterecuperende ventilatietechnieken. De overige nog benodigde energie willen we voor 100 % door middel van hernieuwbare energietechnieken opwekken: zonne-energie door middel van photovoltaïsche panelen voor elektriciteit en zonneboilers voor warm water, windenergie voor elektriciteit en warmtepompen, pelletketels en -kachels voor verwarming.

Zo kunnen we tegen 2020 helemaal onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en hun wisselend prijsverloop en kunnen we bovendien onze energiekosten 100 % zelf controleren.

2 Stijgende risico's op klimaatverandering

De totale jaarlijkse CO2-uitstoot voor het energiegebruik van de Pajotse gezinnen bedraagt 153 000 ton.

Totale jaarlijkse CO2-uitstoot van Pajotse gezinnen voor verwarming en elektriciteit

Elektriciteit vertegenwoordigt hierin 31 %, vooral door het gebruik van steenkool en aardgas in conventionele elektriciteitsopwekkingscentrales, goed voor 53 % van de totale elektriciteitsopwekking en door grote efficiëntieverliezen. Zo is 1 kWh geconsumeerde elektriciteit gemiddeld verantwoordelijk voor een CO2-uitstoot van 0,7 kg (Eco-life).


Aandeel energiedragers in netto-elektriciteitsproductie (APS Vlaanderen)

Verwarming is gemiddeld goed voor een uitstoot CO2-van 0,23 kg CO2 per omgekeerde kWh verwarmingswaarde.

Gemiddeld per inwoner stoten de Pajotten 3 ton CO2 uit voor hun energieconsumptie via elektriciteit en verwarming. Dit is 25 % van hun totale jaarlijkse CO2-uitstoot die voor de Vlaming 12 ton CO2 bedraagt.
Als we enkel de CO2-uistoot veroorzaakt door het energiegebruik van de Pajot zouden verlagen, kunnen we dus reeds heel wat CO2-uitstoot vermijden.

En er is heel wat CO2-uitstootvermindering nodig!

Als we willen vermijden dat de atmosfeer tegen 2100 met meer dan 2 °C wereldwijd opwarmt, is een CO2-uitstootvermindering van minimaal 80 % tegen 2050 nodig. Tegen 2015 moet deze uitstootvermindering globaal ook ingezet zijn. Gaan we boven een atmosferische opwarming van 2 °C dan worden heel waarschijnlijk terugkoppelingseffecten in werking gezet, zoals het verder smelten van Groenland, het Noordpoolijs en vooral het ontdooien van de arctische methaanmoerassen die de atmosfeeropwarming in een hogere versnelling zullen plaatsen waarop we zelf geen controle meer zullen hebben. Vlugge en doorgedreven actie is dus nu nodig!


CO2-uitstootniveau en globale atmosferische temperatuurtoename (VN-klimaatpanel IPCC)

In dit project gaan we op zoek naar CO2-vriendelijker alternatieven voor onze huidige energieproductie en -consumptie. Hierbij kijken we ook naar de hele levenscyclus van deze alternatieven. Het heeft immers geen zin om energie te besparen door middel van materialen en technieken die bij hun productie een hele grote CO2-uitstoot hebben veroorzaakt. Vandaar dat we in de samenaankoop van isolatiematerialen resoluut kiezen voor minerale en bij voorkeur bio-ecologische isolatiematerialen. Zo wordt de energiebesparing door middel van polyurethane isolatie gedurende 20 jaar teniet gedaan door de productie hiervan uit petrochemische grondstoffen. Bovendien zijn bio-ecologische isolatiematerialen zoals vlas, hennep en zeker papiervlokken economisch gezien ook interessanter dan deze petrochemische materialen. Zie ook verder bij de samenaankoop van isolatie voor gezinnen.

Ook voor de hernieuwbare energietechnieken gaan we steeds na welke technieken het minst energie-intensief en met de minste CO2-uitstoot is geproduceerd.

Vergelijking energie-intensiteit en CO2-uitstoot hernieuwbare energietechnieken (Institute of Science in Society)

In dit overzicht bemerken we dat de geïnvesteerde energie in photovoltaïsche panelen momenteel 6 tot 9 maal opgewekt kan worden door deze panelen zelf gedurende hun levensduur. Dit betekent dat ze gemiddeld na 3 jaar een positieve energiebalans kennen. Voor windenergie is deze energiebalans nog interessanter. De geïnvesteerde energie in de productie van windturbines wordt immers gemiddeld 34 maal weer opgewekt door deze windturbine. Gemiddeld na 6 maanden begint een windturbine dus volledig netto elektriciteit te produceren tot het einde van z'n levensduur.

De CO2-uitstoot bij de productie van deze panelen wordt voornamelijk veroorzaakt door de productie van de zonnecellen zelf en hun draagstructuur. Momenteel ligt deze nog tamelijk hoog in vergelijking met andere hernieuwbare energietechnieken (44 tot 217 ton per GWh elektriciteit of evenveel in gram per kWh). Ter vergelijking, voor windenergie ligt dit momenteel op 9,7 ton CO2 per GWh geproduceerde elektriciteit.

Het potentieel aan CO2-uitstootvermindering is ook hier heel groot. Naast de energiebesparing die direct aan de bron van energieproductie CO2-uitstoot vermijdt, kunnen hernieuwbare energietechnieken ook heel wat CO2-uitstootvermindering realiseren. Zo kan de CO2-uitstoot voor elektriciteitsopwekking van de huidige 0,7 kg CO2 per kWh verlaagd worden naar 0,0097 kg CO2 per kWh via windenergie of naar 0,044 kg CO2 via photovoltaïsche energie. Omgerekend naar het elektriciteitsverbruik per inwoner is dit een vermindering van 980 kg CO2 momenteel voor 1400 kWh naar 14 kg CO2 via windenergie of 62 kg CO2 via photovoltaïsche energie of een besparing van 99 (wind) tot 94 (zon) %. Dit zou een totale individuele CO2-uitstoot betekenen met 7,9 % (windenergie) tot 7,4 % (zonne-energie) op de jaarlijkse individuele CO2-uitstoot van 12 ton.


Potentieel aan jaarlijkse individuele CO2-uitstootvermindering door middel van hernieuwbare energietechnieken voor elektriciteit.

Gecombineerd met energiebesparing voor verwarming en andere CO2-arme technieken voor verwarming, zoals warmtepompen, is het mogelijk tegen 2020 onze CO2-uitstoot met 20 % te verminderen.

 
© Copyright 2009 by Johnny Van Bavegem